Mijn naam is Judith Otten en sinds een aantal jaar ben ik de vaste dierenarts van Meranda Sterk, Zij fokt mopshonden mét een snuit, zogenaamde 'retromopsen'. Toen ik haar voor het eerst ontmoette, was zij bezig met de voorbereidingen om mopshonden te kruisen met andere rassen. Via die kruisingen wil ze de nakomelingen weer een neus geven.
Verschillende kruisingen met veel variatie in pups
Het is een interessant proces, Meranda gebruikt verschillende rassen waardoor ook de nesten heel verschillend zijn. Zo kruiste ze bijvoorbeeld niet alleen een poedel met een mopshond, maar ook een stafford. Beide kruisingen leverden hele leuke pups op. Maar nog belangrijker: de pups lieten geen bijgeluiden meer horen zoals bij raszuivere mopsen eigenlijk altijd het geval is. Het kenmerkende gesnurk dat veel raszuivere pups laten horen, ontbreekt bij de kruisingen.
Veel actiever
Ook zijn de retromopsen zoals we ze noemen, veel vitaler. Als ik voor het chippen van deze puppy’s de eerste controle bij ze doe, rennen ze al in het rond. Dat is heel anders bij reguliere mopshondenpups, die zijn extreem rustig.
Hoe verder: blijven fokken met retropmopsen?
Nu zijn een aantal retromopsjes zover dat ze zelf gedekt kunnen worden. Dat is voor een fokker misschien nog wel moeilijker. Welke combinatie geeft je mops een goede neus en behoudt ook de typische eigenschappen? Mijn advies als dierenarts is: ga in elk geval uit van de lengte van snuit en kruis een retromops niet terug met een mops. Dan wordt de snuit weer korter. Gezondheid is in mijn visie het belangrijkst, de kleur enzovoorts daar kun je dan bij latere generaties weer focus op leggen.
Respect voor deze fokkers
Fokken is kijken, selecteren en geduld hebben. Ik hoop dat veel meer fokkers gaan beseffen dat gezondheid belangrijker is dan uiterlijk. En dat zowel fokkers als eigenaren van kortsnuiten begrijpen dat die 'schattige' snurkende geluiden voortkomen uit ademnood.
Wil je op de hoogte blijven van onze campagnes voor gezondere rashonden? Schrijf je in op de nieuwsbrief!